Vragen:

1Hoe mag het logo MVO Prestatieladder worden toegepast?
• Betreft: hoofdstuk 7.9 uit deel B: Logo MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 29 februari 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-6

Vereisten staan in Hoofdstuk 3 van de norm in 3.2.8. Het logo is bij toepassing en publicatie in zwart-wit vermeld 'MVO Prestatieladder' en heeft te allen tijde betrekking op de activiteiten en bedrijfsentiteiten zoals vermeld op het certificaat. Het logo en de bedrijfsnaam of naam van de organisatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is niet toegestaan om diensten of producten van dit MVO logo te voorzien. Logo's zijn op te vragen bij uw certificatie instelling na registratie van uw certificaat op deze website.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
2Wie mag een auditortraining voor de MVO Prestatieladder verzorgen?
• hoofdstuk 3.1 en 4.3 uit deel B uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 29 februari 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-4

In principe is het aan een ieder vrij om een training op basis van de MVO Prestatieladder te verzorgen. Wanneer echter een normtraining wordt gegeven met het doel een auditor te kwalificeren voor de MVO Prestatieladder dan gelden de bepalingen uit artikel 3 sub 3 van de overeenkomst tussen Certificatie Instellingen en de Stichting FSR: 'De training op de MVO Prestatieladder is aantoonbaar gevolgd via de Stichting óf is gevolgd bij een interne trainer van de deelnemende Certificatie Instelling die bij de Stichting deze training heeft gevolgd'

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
3Wat wordt verstaan onder gezondheid en veiligheid van werknemers?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder, Indicator 3 - gezondheid en veiligheid
• Vastgesteld: 5 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-3

Onder de gezondheidsaspecten wordt niet alleen verstaan de gezondheidsaspecten van het primaire proces (zoals blootstelling aan fysieke of mentale belasting, relevant voor het voorkomen van beroepsziekten). Dit impliceert dat het ook om gezondheids-bevorderende thema's kan gaan (zoals de bekende BRAVO thema's, Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding en Ontspanning), of om beleid en maatregelen gericht op het bevorderen van duurzame inzetbaarheid (zodat mensen gezond en productief blijven tot aan de pensioengerechtigde leeftijd).

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
4Onze organisatie levert niet aan consumenten; vervalt MVO-kernthema V daarmee voor ons?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: de organisatie en MVO indicatoren uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 14 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-21

Nee. “Consumenten” in MVO-kernthema V: Consumenten aangelegenheden moet gelezen worden als “gebruikers” (directe en indirecte gebruikers) van de producten of diensten die door uw organisatie geleverd worden. Kernthema V is dus net zo goed toepasbaar op een business-to-business omgeving.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
5 Gelden criteria duurzaam inkoop ook op inkoop, uitbesteding en onderaanneming door de certificaathouder MVO Prestatieladder?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator 6. Strategie en beheer uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 5 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id:> 2012-5

De organisatie dient haar duurzaam inkoopbeleid zelf vorm te geven. Bij de afstemming met stakeholdergroepen over minimale eisen ten aanzien van duurzaam inkopen dient het inkoopbeleid overigens expliciet aan de orde te worden gesteld. Tevens kunnen opdrachtgevers eisen stellen aan duurzaam inkopen. Indien dat zo is zal hieraan voldaan moeten worden. Indien de organisatie diensten of producten aan de overheid levert, dienen deze producten te voldoen aan de criteria duurzaam inkopen van de overheid indien contractueel geëist. Dit geldt reeds vanaf niveau-1 uit de MVO-Prestatieladder.

Nederlandse situatie:
Criteria Duurzaam Inkopen zijn uitgegeven door de Nederlandse overheid. Vergelijkbare Duurzame Criteria op producten en/of diensten kunnen onder een nationale overheid zijn uitgegeven ter vervanging van deze Nederlandse formulering. De criteria van Agentschap NL kunnen dienen als inspiratie maar ook bijvoorbeeld het MVO-charter over duurzaam inkopen van de NEVI of de ICC guidance on supply chain responsibility.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
6Hoe concreet moet de eis 'Stakeholders moeten met naam en activiteit worden genoemd' worden opgevat?
• Betreft: hoofdstuk 4.2 uit deel A: De organisatie en haar stakeholders uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 5 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-11

Met de term 'stakeholders' wordt in het algemeen een 'belanghebbende partij' bedoeld. Dit gaat dan om (maatschappelijke) instellingen of belangengroepen. Het is niet noodzakelijk dit te specificeren op het niveau van individuele personen of bedrijven/instellingen, tenzij er sprake is van heel specifieke belangen of invloeden.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
7Wat wordt bedoeld met de voor Niveau 3, 4 en 5 vastgelegde waarden/uitkomsten overeen te stemmen?
Betreft: artikel 4.4.2. , met name Tabel Kenmerken Niveau MVO managementsysteem Vastgesteld: 5 juni 2012, College vergadering CCvD-MVO-PHet niveau van de prestaties moet overeenkomen met het niveau van de prestatieladder dat wordt nagestreefd. Het betrekken en voeren van overleg met stakeholders over dit niveau is noodzakelijk (zie 1.3 van de MVO Prestatieladder). Hierbij dient de organisatie aannemelijk te maken dat men respectievelijk goede praktijken (niveau 3), beste praktijken (niveau 4) of World-class praktijken met uitgewerkt BATNEEC (niveau 5) toepast. Soms zijn hiervoor per sector referentie documenten of benchmarks of afspraken in convenanten beschikbaar; als dat niet het geval is dit ter beoordeling van het bedrijf zelf, en externe toets door de auditor.Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
8Wordt er alleen getoetst op naleving van MVO-kernthema IV, V en VI?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: de organisatie en MVO indicatoren uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 14 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-15

Onder de 33 indicatoren zijn er 3 die expliciet vragen om naleving:
- MVO-kernthema IV: Eerlijk zakendoen – indicator 17,
- MVO-kernthema V: Consumenten aangelegenheden – indicator 22,
- MVO-kernthema VI: Milieu, grondstoffen, energie, emissies – indicator 29.

Echter, in paragrafen 3.2.4 en 3.2.5 van het normdocument wordt aangegeven dat een organisatie aan alle geldende wet- en regelgeving moet voldoen. Deze moet worden geïnventariseerd en aantoonbaar nageleefd. De wet- en regelgeving heeft betrekking op alle MVO-kernthema’s en onderliggende indicatoren.

Ook bij MVO-kernthema’s II: Arbeidsomstandigheden en volwaardig werk, en III: Mensenrechten, kan er sprake zijn van opgelegde sancties als gevolg van het niet naleven van wet- en regelgeving, principes, normen of richtlijnen. Met het afleggen van verantwoording aan de stakeholders als uitgangspunt, wordt ook hier verwacht dat een organisatie transparant is over dergelijke sancties, de oorzaken en genomen correctieve maatregelen, indien deze zich voor mochten doen.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
9Waar vindt u extra informatie met betrekking tot de 33-indicatoren?
• Betreft: Bijlage 1 uit deel A uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 29 februari 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-7

Achtergrond informatie wordt vermeld in bijlage 1. Verdere informatie met betrekking tot de 33-indicatoren is te vinden in de richtlijn ISO 26000. De 33-indicatoren van de MVO Prestatieladder zijn telkens gerangschikt onder 1 van de 7 MVO kernthema's genoemd in deze ISO 26000 richtlijn en daardoor terug te vinden in de artikelen hieromtrent.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
10Kan een organisatie een indicator als niet van toepassing zijnde afdoen?
• Betreft: hoofdstuk 3. uit deel A: Begrippen en afkoringen: MVO Indicator
• Vastgesteld: 31 oktober 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-10

"Niet van toepassing" zou beter "niet actueel" genoemd kunnen worden, omdat het een momentopname betreft.

Een bedrijf kan een indicator als "niet actueel" bestempelen, maar dient dit wel te onderbouwen. Daarbij dient minimaal gebruik gemaakt te worden van de volgende criteria;

Een indicator is actueel, indien:
• Er een directe relatie bestaat met de eigen bedrijfsvoering, en/of met de directe invloedsfeer;
• De indicator een relatie heeft met wet- en regelgeving, richtlijnen, convenanten of andere afspraken, die voor de organisatie gelden;
• Stakeholders de indicator van belang achten en/of verwachtingen uitspreken over het onderwerp.

Een indicator is actueel indien een of meerdere van deze criteria gelden. Een indicator is niet actueel indien geen van de criteria gelden.

De ISO 26000 richtlijn hanteert overigens een uitgebreidere set criteria, die zijn ingedeeld naar een beoordeling op relevantie, significantie, en prioriteit. Het hanteren van deze methodiek is niet verplicht voor de indicatoren van de MVO Prestatieladder.

De auditor wil het navolgende zien:
• De bestempeling van een indicator als "niet actueel" berust op een gedocumenteerde motivatie zoals hierboven aangegeven.
• Deze gedocumenteerde motivatie is te herleiden naar de gevoerde stakeholder dialoog.
• Op niveau-4 van certificatie dient de gehele keten te worden geanalyseerd. Daar kan het "niet actueel"verklaren van een indicator slechts in zeer uitzonderlijke gevallen het geval zijn

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
11Hoe moeten stakeholders op de indicatoren worden uitgevraagd?
• Betreft: hoofdstuk 4.2 en 8.2 uit deel A: Stakeholders en indicatoren uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 31 oktober 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-14

De norm vraagt dat is vastgelegd aan welke van de 33 indicatoren de geïnventariseerde stakeholders worden gekoppeld, en dat de stakeholders op die indicatoren worden uitgevraagd.

Het koppelen van stakeholders aan indicatoren is bedoeld om, voorafgaande aan de dialoog, een gedegen inzicht te verkrijgen in de stakeholder profielen. Dit mag gezien worden als een voorbereiding op de dialoog die gevoerd gaat worden.

De feitelijke stakeholder dialoog hoeft echter niet het karakter te hebben van een indicatoren lijst die puntsgewijs wordt afgelopen. Tijdens de dialoog met de stakeholders bestaat er de vrijheid om door beide partijen willekeurige onderwerpen aan te snijden. Belangrijk daarbij is dat de stakeholder heeft kunnen aangeven welke MVO onderwerpen het meest materieel worden gevonden.

De dialoog vindt bij voorkeur in gespreksvorm plaats, vooral wanneer het stakeholders betreft met een grote invloed op of groot belang bij de organisatie. Een andere vorm, zoals via e-mail of sociale media, is echter ook denkbaar.

De organisatie kan aan de hand van de door de stakeholder aangedragen onderwerpen zelf een koppeling met de indicatoren maken, en deze verwerken in de initiële inschatting.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
12Bestaat er nog keuzevrijheid in de indicatoren op Niveau 3?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 14 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-18

Nee, vanaf Niveau 3 zijn alle indicatoren verplicht, er is geen keuze optie meer (zie matrix paragraaf 4.3.2 op p. 25/26 van de norm). Dat betekent dus ook dat de Plan – Do – Check – Act op alle 33 indicatoren volledig moet worden ingevuld.

Uitzonderingen kunnen worden gevormd door die indicatoren die als “niet actueel” kunnen worden bestempeld. Zie hiervoor de uitleg van FAQ-10.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
13Hoe kan Indicator 11 'beveiligingsbeleid' uitgelegd worden?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 29 februari 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-1

Bedrijven die beveiligingspersoneel inhuren moeten zeker stellen dat deze al of niet opgeleide personen geen handelingen uitvoeren die in strijd zijn met wetgeving, internationale conventies (mensenrechten) of interne bedrijfscodes voor goed gedrag. Zij mogen geen excessief geweld gebruiken (geen vuurwapens gebruiken tegen burgers) geen mensen onder erbarmelijke omstandigheden opsluiten etc., ook niet als dat in het land van de vestiging wettelijk is toegestaan.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
14Hoe kan Indicator 12 'Rechten inheemse bevolking' uitgelegd worden?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 05 juni 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-9

Het gaat bijv. om het respecteren van wat ze bv in Canada noemen 'native Americans' een in andere landen 'aboriginals of lokale stammen. Het gaat dan vooral om het respecteren van hun rechten m.b.t. toegang tot het land van hun voorvaderen, en de instandhouding van hun leefgebied.

Indigenous peoples are ethnic groups who are native to a land or region, especially before the arrival and intrusion of a foreign and possibly dominating culture. They are a group of people whose members share a cultural identity that has been shaped by their geographical region. A variety of names are used in various countries to identify such groups of people, but they generally are regarded as the 'original inhabitants' of a territory or region. Their right to self-determination may be materially affected by the later-arriving ethnic groups.

Het gaat er dus om dat je in een land zou kunnen nagaan of er daar sprake is van 'inheemse bevolking' , en vervolgens of de bedrijfsactiviteiten hun rechten kunnen aantasten/versterken.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
15Hoe is Indicator 23 'grondstoffen' te interpreteren?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder • Vastgesteld: 05 juni 2012, College vergadering CVD-MVO • Id: 2012-8

Lees indicator 23 als volgt: "Het bedrijf of de organisatie maakt haar grondstoffenverbruik inzichtelijk en neemt maatregelen voor een duurzamer gebruik van grondstoffen."

Deze tekst slaat niet alleen op de grondstoffen benodigd voor een product of het uitvoeren van een dienst maar ook op alle inkopen van producten of diensten, dus ook kantoorartikelen, kantine benodigdheden, schoonmaakservice etc. Alle type organisaties dienen zich dus in te spannen om zoveel mogelijk maatregelen te treffen voor een duurzamer gebruik van grondstoffen.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
16Welke maatregelen worden er precies verwacht bij indicator 23 'grondstoffen'?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: de organisatie en MVO indicatoren uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 31 oktober 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-17

Indicator 23: Grondstoffen vraagt feitelijk om 1) het grondstoffenverbruik van een organisatie inzichtelijk te maken, en 2) maatregelen te nemen voor een duurzamer verbruik van deze grondstoffen.

Voor dienstverlenende organisaties verstaan wij hieronder ook materialen die verbruikt worden.

Onder het inzichtelijk maken van grondstoffen wordt verstaan het meten van het grondstoffenverbruik in de verschillende hoofdstromen, en hierop een Plan – Do – Check – Act cyclus toepassen.

Enkele voorbeelden van een duurzamer verbruik van grondstoffen zijn:
♣ Het (relatieve) verbruik van grondstoffen verminderen,
♣ Overstappen op traditionele grondstoffen die in de totstandkoming of het
gebruik ervan minder schadelijk zijn voor mens en milieu,
♣ Nieuwe grondstoffen gebruiken afkomstig uit recycling processen,
♣ Nieuwe grondstoffen gebruiken die bio-afbreekbaar zijn.

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
17Welke maatregelen worden er precies verwacht bij indicator 26 'biodiversiteit'?
• Betreft: hoofdstuk 4.1 uit deel A: MVO indicator-eisen uit de MVO Prestatieladder
• Vastgesteld: 31 oktober 2012, College vergadering CVD-MVO
• Id: 2012-13

Met indicator 26: Biodiversiteit wordt beoogd dat de negatieve effecten van de aanwezigheid en de bedrijfsactiviteiten van een organisatie op de biodiversiteit in de omringende omgeving wordt geminimaliseerd.

Onder bedrijfsactiviteiten wordt ook verstaan het inkopen van materialen en grondstoffen. Daarbij wordt gekeken naar de mate van invloed die een organisatie heeft op haar eigen toeleverancierketen.

De verantwoordelijkheden van een organisatie op het gebied van biodiversiteit gaan dus verder dan alleen de directe omgeving van de eigen huisvesting. Zeker wanneer een belangrijk deel van de duurzaamheidimpact van een organisatie zich in de toeleverancierketen bevindt. Zo kan een organisatie bijvoorbeeld overwegen om meer materialen met een erkend keurmerk (bijvoorbeeld FSC of MSC) te gaan hanteren.

Ter inspiratie kan aanvullend nog gekeken worden naar de brochure ”Biodiversiteit in de regio” (2009) van het European Centre for Nature Conservation (ECNC), uitgegeven in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).

Opmerking: Een FAQ (frequently asked question) is geen normatief document, maar een toelichting op de normeisen uit de MVO Prestatieladder.
18Wat zijn de GRI richtlijnen en hoe relevant zijn die voor de MVO Prestatieladder?
GRI staat voor Global Reporting Initiative. De GRI is een non-profit organisatie die internationale richtlijnen heeft opgesteld voor duurzaamheidsverslaggeving. (Bron: GRI).

De eerste versie van de GRI richtlijnen verscheen in het jaar 2000. Sindsdien zijn de richtlijnen geüpdatet. Momenteel worden de GRI-G4 richtlijnen gehanteerd.

Wat zijn de twee voornaamste doelen van GRI?
• Het eerste doel is het bieden van een wereldwijd raamwerk waardoor een standaardaanpak mogelijk is van transparante en consistente duurzaamheidsverslaggeving. Het tweede doel is het stimuleren van organisaties om tot relevantere en geloofwaardigere duurzaamheidsverslaggeving te komen door zich te richten op de onderwerpen die voor hun onderneming en hun voornaamste stakeholders van materieel belang zijn, zodat dergelijke verslaggeving over duurzaamheid de standaardpraktijk kan worden. (Bron: EY).

Waar het werkelijk om gaat?
• De buitenwereld informeren over de impact van je activiteiten en uitleggen hoe je werkt aan een duurzame toekomst. (www.accountants.nl)

Waaruit bestaan de GRI-G4 rapportage richtlijnen?
• De GRI-G4 rapportage richtlijnen bestaan uit twee delen. Deel 1 zijn de Rapportage Principes en 'Standard Disclosures'. Deze bevat de verslaggevingseisen en de standaard toelichtingen, evenals de criteria die een organisatie dient toe te passen om overeenkomstig de GRI richtlijnen te kunnen rapporteren. Deel 2 is de Implementatie Manual, en bevat aanwijzingen voor de verslaggeving en voor het interpreteren van de eisen. (Bron: EY)

Waaruit dient de inhoud van het duurzaamheidverslag te bestaan?
• Een organisatie dient de inhoud te bepalen door (1) relevante onderwerpen vast te stellen en de effecten ervan op haar activiteiten, producten, diensten en relaties te analyseren, ongeacht of deze effecten zich binnen de organisatie voordoen, daarbuiten of beide: (2) de grenzen vast te stellen die bepalen of de effecten zich binnen de organisatie voordoen of daarbuiten; (3) op grond van de materialiteit van de aspecten prioriteit aan te brengen om vast te stellen over welke aspecten wordt gerapporteerd en hoeveel; (4) een toelichting te verschaffen over de management approach en de indicatoren die met de materiële aspecten verband houden. (Bron: EY)

Waarom is er specifieke focus op materiële onderwerpen/ aspecten?
• Stakeholders hebben bij GRI aangegeven dat jaarverslagen te veel informatie bevatten die niet-materieel (= minder relevant) zijn. Dit leidt ertoe dat lezers problemen ondervinden met het vinden van relevante informatie.

Op welke gebieden schrijft GRI G4 nieuwe en herziene toelichtingen voor?
• In reactie op de toegenomen aandacht die stakeholders en toezichthouders aan de betreffende aspecten besteden, schrijft GRI nieuwe en herziene toelichtingen voor. Het gaat om de onderwerpen: Governance, Toeleveringsketen, Ethiek en Integriteit.

Wat is het verschil tussen GRI - G4 Core en Comprehensive?
• De Core variant bevat de relevante elementen van een duurzaamheidsrapport, en biedt de achtergrond waartegen een organisatie rapporteert over haar bedrijfseconomische, milieu-, maatschappelijke en governance prestaties. Voor ieder vastgesteld materieel aspect dient ten minste één indicator te worden gerapporteerd.

The Comprehensive variant gaat verder. Naast de elementen van de Core variant verlangt deze variant een aantal extra toelichtingen over de strategie, analyse, governance, ethiek en integriteit van de organisatie. Voor ieder vastgesteld materieel aspect dienen alle indicatoren te worden gerapporteerd. (Bron: GRI & EY)
19De GRI heeft nieuwe richtlijnen. Wat betekent dit voor de certificering van MVO-P niveau 5?
Waar wordt verwezen naar de GRI richtlijnen voor niveau B+, moet nu worden gelezen: GRI-G4 richtlijnen (Core of Comprehensive).

Deze verslaglegging conform GRI-G4 dient voor niveau 5 extern te zijn geverifieerd door een gespecialiseerde instelling.
20Is certificering op niveau 5 mogelijk?
Op dit moment is niveau 4 het hoogst haalbare niveau binnen de MVO Prestatieladder en is het (nog) niet mogelijk een niveau 5 certificaat te behalen.